De zorgverzekering is geregeld, maar wie regelt de huisarts?  

HollandZorg kijkt verder dan alleen de polis

Een internationale medewerker kan goed verzekerd zijn en toch vastlopen zodra hij zorg nodig heeft. Geen huisarts, niet weten waar je terecht kunt of een taalbarrière bij het maken van een afspraak. Dat raakt niet alleen de medewerker. Ook het uitzendbureau ervaart de gevolgen als medewerkers hulp nodig hebben bij het vinden van zorg, langer met klachten doorlopen of uitvallen. “Een zorgverzekering regelen is belangrijk, maar voor internationale medewerkers is dat niet altijd voldoende.”

Uitzendorganisaties zijn geen zorgverleners. “Toch merken ze het wel als medewerkers de weg naar zorg niet vinden”, zegt Simone Mensink, directeur Klant en Operations bij HollandZorg. “Vragen komen terecht bij HR, recruiters of leidinggevenden. En wie te lang met klachten blijft doorlopen, kan uiteindelijk uitvallen. Snelle toegang tot passende zorg raakt daarmee ook de inzetbaarheid van medewerkers en het verzuim.” Daar komt goed werkgeverschap bij, vindt Mensink. “Een internationale medewerker wegwijs maken in de Nederlandse zorg betekent niet dat het uitzendbureau de rol van zorgverlener overneemt. Wel kan het helpen als duidelijk is waar een medewerker met een zorgvraag terechtkan.” 

Verzekerd zijn is niet hetzelfde als geholpen worden 

Als voorbeeld noemt  ze een Poolse medewerker met hevige buikpijn. “Hij heeft al dagen last, maar wil niet verzuimen en blijft met pijnstillers doorwerken. Via zijn werkgever probeert hij medische hulp te krijgen, maar hij kan nergens terecht. Na een paar dagen checkt hij zijn klachten via de website van een digitale huisarts. Daaruit blijkt dat een medische beoordeling nodig is. Na contact met een Poolssprekende assistent wordt voor diezelfde dag een afspraak gemaakt bij een huisarts in de buurt. Daar blijkt dat hij een acute blindedarmontsteking heeft. Diezelfde avond wordt hij geopereerd.” 

 

Internationale medewerkers vinden weg naar zorg niet altijd 

Voor arbeidsmigranten vormen taal en beperkte kennis van het Nederlandse zorgstelsel belangrijke drempels. Een peiling van HollandZorg onder 180 Poolse en 135 Roemeense respondenten geeft een indicatie van die drempels. Zo noemt 49 procent van de Polen en 39 procent van de Roemenen taal als drempel om naar de dokter te gaan. Niet weten hoe het Nederlandse zorgstelsel werkt, wordt genoemd door respectievelijk 24 en 33 procent. 

Daar komt bij dat internationale medewerkers regelmatig verhuizen voor hun werk en huisartspraktijken in sommige regio’s vol zitten. Een huisarts vinden is dan niet altijd eenvoudig.  Hoe groot de rol van taal en uitleg kan zijn, ziet Frank van Kemenade in de praktijk. Hij is huisarts en CEO van H4i-Digital en werkt veel met internationale medewerkers. “ 

“Patiënten voelen zich meer thuis en begrepen als ze hun medische klachten in hun eigen taal kunnen bespreken,’ zegt Van Kemenade. “Dat geeft vertrouwen. Ook verschillen tussen zorgsystemen kun je dan beter uitleggen. In sommige landen kun je bijvoorbeeld rechtstreeks naar een specialist. Als dat hier niet nodig is, moet je kunnen uitleggen waarom. Anders kan een patiënt het gevoel krijgen dat hij wordt afgescheept.”

Volgens Van Kemenade hoeft die laagdrempelige toegang niet altijd te beginnen in de spreekkamer. Een eerste zorgvraag kan digitaal worden beoordeeld, waarbij op de achtergrond een huisarts meekijkt en fysiek onderzoek beschikbaar is wanneer dat nodig blijkt. “Als het kan digitaal, maar altijd met de achtervang van een fysieke huisarts.”

Van zorgverzekering naar toegang tot zorg 

Het gaat daarom niet alleen om het regelen van de zorgverzekering, maar ook om daadwerkelijke toegang tot huisartsenzorg. HollandZorg werkt hiervoor samen met H4i-Digital. Verzekerden hebben al in hun eigen taal toegang tot een digitaal huisartsconsult. In Zuid-Nederland wordt die digitale toegang nu verbonden met fysieke huisartsenzorg. Een verzekerde start met een digitale, meertalige triage, waarbij de zorgvraag wordt beoordeeld en advies volgt. Indien nodig is er contact met een arts in zijn of haar eigen taal. Blijkt een fysiek huisartsenconsult noodzakelijk, dan maakt de assistente een afspraak bij de huisarts in de buurt van de woonplaats van de verzekerde voor verdere beoordeling en behandeling. 

Voor Mensink past die aanpak bij de rol die de verzekeraar voor internationale medewerkers wil spelen. “Een zorgverzekering regelen is belangrijk, maar voor internationale medewerkers is dat niet altijd voldoende”, zegt Mensink. ‘Als iemand zorg nodig heeft, moet die ook de weg naar die zorg kunnen vinden. Juist bij taal, uitleg en begeleiding kunnen extra drempels ontstaan. Daarom kijken we verder dan alleen de polis.” De fysieke huisartsenzorg is nu beschikbaar in Zuid-Nederland en wordt verder over Nederland uitgerold. Binnen een jaar moeten hiervoor door het hele land huisartsenpraktijken beschikbaar zijn. 

De vraag die uitzendorganisaties zich steeds vaker stellen 

Premie, administratie en serviceniveau blijven belangrijke punten bij het vergelijken van zorgpartners. Maar ze vertellen volgens Mensink niet het hele verhaal. “Daarom wordt een andere vraag steeds relevanter: als een medewerker morgen een huisarts nodig heeft, hoe krijgt hij dan daadwerkelijk toegang tot zorg?  Kan hij zijn klachten uitleggen in een taal die hij beheerst? Weet hij waar hij terechtkan? En is er een duidelijke route van ‘ik voel me niet goed’ naar passende zorg? Verzekeringspolissen laten zich relatief eenvoudig vergelijken. Toegang tot zorg is minder zichtbaar, totdat een medewerker daadwerkelijk een huisarts nodig heeft. “

Dit artikel is eerder verschenen op Flexmarkt.nl